Ombudsman voor beter Openbaar Vervoer

Mag NS de middagspitskorting afschaffen bij het VDU-abonnement?

De Geschillencommissie Openbaar Vervoer heeft een uitspraak gedaan in een zaak die was aangespannen door een consument met een NS Voordeelurenabonnement. Het geschil ging over het feit dat het per 1 januari 2021 niet meer mogelijk is om met korting in de avondspits te reizen. Voor deze klant kost dat € 6,56 extra per reisdag en in totaal € 341,13 aan extra kosten per jaar.

De reiziger vindt dat zij met NS een contract is aangegaan onder de voorwaarde, dat zij na 9 uur ’s ochtends met korting mag reizen. Zij vindt dat NS die voorwaarde niet zomaar mag wijzigen. NS zegt dat zij met dit besluit de drukte in de spits willen verminderen en het aantal abonnement met verschillende voorwaarden terug willen dringen. In de Productvoorwaarden VUA staat dat de vervoerder de gebruiksmogelijkheden van het Voordeelurenabonnement mag wijzigen, als de wijziging één wezenlijke afwijking betreft. De consument heeft dan het recht om het abonnement op te zeggen. Verder wijst de NS erop dat het Voordeelurenabonnement sinds 2011 niet meer verkocht wordt. Het VDU-abonnement is het enige abonnement waarmee reizigers nog 40% korting krijgen in de middagspits. De consument vindt dat er andere manieren zijn om de drukte in de middagspits te verminderen, bijvoorbeeld door de inzet van langere treinen.

De Geschillencommissie heeft de klacht van de consument ongegrond verklaard. De ondernemer mag volgens de commissie op grond van de productvoorwaarden,  waarmee de klant bij aanschaf van het abonnement akkoord gaat, het product aanpassen. De Geschillencommissie wijst er verder op dat NS meer dan een jaar voor ingang van de wijziging hun klanten hierover heeft geïnformeerd. NS heeft die termijn van minimaal 12 maanden bij het stoppen van de verkoop van het VDU-abonnement in 2011 toegezegd aan het LOCOV, belangen- en inspraakorganisatie in het OV. Deze termijn van 12 maanden is flink langer dan de termijn van één maand die in de voorwaarden staat.

De conclusie van de Geschillencommissie is dat de ondernemer op grond van eerder genoemde voorwaarden het recht heeft de voorwaarden te wijzigen. De commissie vindt de wijzigingen billijk en de termijnen om de klanten te informeren redelijk.