Ombudsman voor beter Openbaar Vervoer

Openbaar vervoer door corona-crisis soms teveel ‘uitgekleed’

Het is begrijpelijk dat de dienstregeling van het openbaar vervoer in elk geval tot 28 april sterk is uitgedund, vindt de OV ombudsman. Essentieel is wel dat het openbaar vervoer, vanuit zijn belangrijke publieke functie, reizigers zo goed mogelijk blijft bedienen. Zij moeten zich snel en veilig kunnen verplaatsen. De eerste ervaringen met de uitgeklede dienstregeling laten zien dat dit – door de  nu genomen maatregelen – niet altijd gegarandeerd kan worden, constateert de ombudsman.

Sinds half maart hebben de corona-maatregelen grote invloed op het openbaar vervoer in Nederland. Het kabinet heeft alle Nederlanders opgeroepen zoveel mogelijk thuis te blijven en alleen als het nodig is naar buiten te komen en te reizen. OV-bedrijven hebben, in overleg met hun opdrachtgevers (overheden die hen de concessie verleend hebben) ingrijpende veranderingen doorgevoerd in de dienstregeling. Enerzijds omdat er minder reizigers zijn, anderzijds omdat personeelsleden die gezondheidsklachten hebben niet meer mogen werken.

NS laat vanaf ieder station in Nederland, in alle richtingen, twee treinen per uur rijden. Vertrekt er normaal gesproken maar één trein per uur, dan blijft dit zo. Deze treinen zijn voornamelijk sprinters. Dit betekent veel meer stops voor de reizigers en veel langere reistijd. De stads- en streekvervoerders hebben ook een uitgedunde dienstregeling.

Dat er tijdens een crisis wordt gesaneerd in de dienstregeling is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt volkomen begrijpelijk, meent de OV ombudsman. “OV-bedrijven zijn uiteindelijk ook gewoon bedrijven, die financieel gezond moeten opereren. Tegelijk is het openbaar vervoer een publieke voorziening, die in deze tijd van essentiële betekenis is voor nog steeds aanzienlijke groepen mensen. Vaak ook mensen die er met hun werk voor zorgen dat de samenleving blijft draaien (zorg, veiligheid) en dat de crisis wordt bestreden. Het bewaken van de kwaliteit van die publieke voorziening blijft essentieel. Dat gaat verder dan bedrijfseconomische overwegingen.”

Klachten
De OV ombudsman heeft de afgelopen weken uiteenlopende klachten ontvangen, met name over oplopende reistijden (mede als gevolg van verslechterde aansluitingen) en te volle voertuigen die – in het licht van de corona-bestrijding – te veel passagiers in een beperkte ruimte vervoeren.

Het feit dat de treinen en bussen met een lagere frequentie rijden, kan ertoe leiden dat mensen veel langer onderweg zijn, zeker als ze moeten overstappen van de ene op de andere vervoerder, want aansluitingen worden niet meer gehaald. Voor wie dagelijks van en naar zijn werk met het openbaar vervoer moet reizen, kan in extreme gevallen de reistijd per dag met meerdere uren toenemen.

Ook het feit dat op een flink aantal trajecten alleen nog maar Sprinters en geen Intercity’s meer rijden, kan leiden tot een sterke verlenging van de reistijden. De OV ombudsman vindt het niet logisch dat NS heeft besloten tot deze maatregel.

Moeite
De OV ombudsman heeft de afgelopen weken enkele van de klachten besproken met de betreffende vervoerders. Dat heeft hier en daar direct resultaten en verbeteringen voor reizigers opgeleverd. Maar toch krijgt de OV ombudsman het idee dat vervoerders, en hun opdrachtgevers, nog wat moeite hebben met het bepalen van hun rol in deze ongewone crisis.

De centrale overheid vraagt mensen zoveel mogelijk thuis te blijven. Tegelijk rust er een zware verantwoordelijkheid en vaak ook een stevige werkdruk op mensen die een cruciaal beroep uitoefenen. Zij moeten zich geen zorgen hoeven te maken over de veiligheid en betrouwbaarheid van het openbaar vervoer.

Vitale sector
Het samenbrengen van te veel mensen in kleine ruimten is in strijd met het generieke overheidsbeleid en moet dus snel en adequaat worden aangepakt. Dit is zowel in het belang van de reizigers als van het personeel van vervoerbedrijven. Tegelijk moet voor de resterende reizigers, die het openbaar vervoer voor woon-werkverkeer moeten gebruiken, de kwaliteit zoveel mogelijk gewaarborgd zijn.

“Bedrijfseconomische overwegingen zijn dan even secundair. Het is ook aan overheden daarop toe te zien. Daarbij moet gelet worden op het in stand houden van goede aansluitingen van de ene vervoerder op de andere. Het schrappen van grote aantallen intercity’s is daarom geen logische keuze. Het bemoeilijkt namelijk het reizen voor een groep mensen die juist nu zo belangrijk zijn voor onze maatschappij.”

De OV ombudsman is onafhankelijk en behandelt klachten van reizigers die er met hun vervoerder niet uitkomen. Op basis van de ingediende klachten en eigen bevindingen doet de OV ombudsman aanbevelingen aan OV-bedrijven en hun opdrachtgevers (provinciale en gemeentelijke overheden).

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met OV ombudsman Bram Hansma, telefoon: 033-4220455.