Ombudsman voor beter Openbaar Vervoer Ik heb een klacht

Art.142 lid 1 Wetboek van Strafvordering (WvSv) creëert de functie van buitengewoon opsporingsambtenaar. Art. 11 van de Politiewet 1993 gaat verder op deze functie in. En stelt dat BOA’s met de politie samen werken.
Echter nadere regelgeving op grond van de Politiewet 1993 (PolW) is het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaren Dienst Vervoer en Ondersteuning.
Art. 2 van het Besluit bepaalt dat personen die werkzaam zijn bij de Dienst Vervoer en Ondersteuning van het Ministerie van Justitie (DV&O) kunnen worden aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA).
Art. 4 van het Besluit verklaart dat de BOA bevoegd is uit te oefenen de bevoegdheden die in art. 8 lid 1 en 3 PolW beschreven worden.
Art.8 PolW verleend de ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening de bevoegdheid tot gebruik van geweld, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik van geweld verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat het doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Tevens is de ambtenaar bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van desbetreffend persoon.
Om deze taken goed uit kunnen voeren heeft de BOA, op grond van art. 5 van het Besluit, de beschikking over een specifieke uitrusting, zoals handboeien, korte wapenstok, pepperspray en een semi-automatisch pistool.
Specifiek voor het openbaar vervoer is de BOA geregeld in het Besluit opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2000.